Oriëntatie op jezelf en de wereld

Uit Wiki reken-wiskundeonderwijs

Versie op 21 apr 2015 14:26 van Root (Overleg | bijdragen)
(wijz) ←Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie→ (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Home   All   A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z   Categorieën               Vragen               Google-zoek               Pagina toevoegen       English       intern

* intern

Inhoud

Algemeen

  • Vak op de basisschool en in het pabo-curriculum
  • Afkorting: OJW

Achtergrond

Samennemen van verschillende 'vakken' in de basisschool (wereldoriëntatie, aardrijkskunde, e.d.)

Kerndoelen

  • 34 De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen.
  • 35 De leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.
  • 36 De leerlingen leren hoofdzaken van de Nederlandse en Europese staatsinrichting en de rol van de burger.
  • 37 De leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen.
  • 38 De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met verschillen in opvattingen van mensen.
  • 39 De leerlingen leren met zorg om te gaan met het milieu.

Karakteristiek

  • Uit de beschrijving van de kerndoelen primair onderwijs

In dit leergebied oriënteren leerlingen zich op zichzelf, op hoe mensen met elkaar omgaan, hoe ze problemen oplossen en hoe ze zin en betekenis geven aan hun bestaan. Leerlingen oriënteren zich op de natuurlijke omgeving en op verschijnselen die zich daarin voordoen. Leerlingen oriënteren zich ook op de wereld, dichtbij, veraf, toen en nu en maken daarbij gebruik van cultureel erfgoed. Kinderen zijn nieuwsgierig. Ze zijn voortdurend op zoek om zichzelf en de wereld te leren kennen en te verkennen. Die ontwikkelingsbehoefte is een aangrijpingspunt voor dit leergebied. Tegelijk stelt de samenleving waarin kinderen opgroeien haar eisen. Kinderen vervullen nu en straks taken en rollen, waarop ze via onderwijs worden voorbereid. Het gaat om rollen als consument, als verkeersdeelnemer en als burger in een democratische rechtstaat. Kennis over en inzicht in belangrijke waarden en normen en weten hoe daarnaar te handelen, zijn voorwaarden voor samenleven. Respect en tolerantie zijn er verschijningsvormen van.

Bij het leren kennen van de wijze waarop mensen hun omgeving inrichten, spelen economische, politieke, culturele, technische en sociale aspecten een belangrijke rol. Het gaat daarbij om datgene wat van belang is voor betekenisverlening aan het bestaan, om duurzame ontwikkeling, om (voedsel)veiligheid en gezondheid en om technische verworvenheden. Bij het oriënteren op de natuur gaat het om jezelf, om dieren en planten en natuurverschijnselen. Bij de oriëntatie op de wereld gaat het om de vorming van een wereldbeeld in ruimte en tijd. Leerlingen ontwikkelen een geografisch wereldbeeld aan de hand van gebieden en met behulp van kaartvaardigheden. Ze ontwikkelen een historisch wereldbeeld. Dat betekent dat ze kennis hebben van historische verschijnselen in delen van de wereld en van chronologie. Leerlingen leren hun wereldbeeld (over henzelf en de wereld) aan de hand van actuele onderwerpen voortdurend ‘bij de tijd' te brengen. Waar mogelijk worden onderwijsinhouden over mensen, de natuur en de wereld in samenhang aangeboden. Dit komt het ‘begrijpen' door leerlingen ten goede en draagt voorts bij aan vermindering van de overladenheid van het onderwijsprogramma. Ook inhouden uit andere leergebieden worden betrokken op de ‘oriëntatie op jezelf en de wereld'. Te denken valt aan het lezen en maken van teksten (begrijpend lezen), het meten en het verwerken van informatie in onder andere tabellen, tijdlijn en grafieken (rekenen/wiskunde) en het gebruik van beelden en beeldend materiaal (kunstzinnige oriëntatie). Onderwijs is er immers vooral op gericht om leerlingen zicht te geven op betekenis en samenhang.

De kerndoelen van het leergebied Oriëntatie op jezelf en de wereld zijn ingedeeld in vier domeinen:

  • Mens en samenleving (kerndoelen 34 t/m 39)
  • Natuur en techniek (kerndoelen 40 t/m 46)
  • Ruimte (kerndoelen 47 t/m 50)
  • Tijd (kerndoelen 51 t/m 53)

Het domein 'Mens en samenleving' gaat in op maatschappelijke thema's als gezondheid, milieu en consumentengedrag. Bij 'Natuur en techniek' komen onderwerpen als plant, dier en mens aan de orde, evenals natuurkundige onderwerpen als licht, geluid en magnetisme. Het domein 'Ruimte' vertegenwoordigt het vak aardrijkskunde. Kinderen leren over de inrichting van de omgeving en topografische vaardigheden ontwikkelen. Tenslotte is er het domein 'Tijd'. Kinderen ontwikkelen historisch besef en leren over de geschiedenis van Nederland.


Verwijzingen


Versies van dit document

Persoonlijke instellingen
GOOGLE