Wiskunde voor Morgen

Uit Wiki reken-wiskundeonderwijs

Ga naar: navigatie, zoeken

Home   All   A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z   Categorieën               Vragen               Google-zoek               Pagina toevoegen       English       intern

* intern

Inhoud

Algemeen

  • Werkgroep Wiskunde voor Morgen (onder voorzitterschap van prof. dr. Koeno Gravemeijer)
  • Actief anno 2015, schrijft o.a. een notitie ivm Onderwijs 2032

Werkgroepleden

  • Koeno Gravemeijer (Wiskunde voor morgen)
  • Dolly van Eerde, Frans van Galen, Wil Oonk (Freudenthal Instituut, UU)
  • Vincent Jonker, Monica Wijers (Freudenthal Instituut en Onderwijsadvies & Training, UU)
  • Geeke Bruin-Muurling (HAN),
  • Ronald Keijzer & Fokke Munk (iPabo)
  • Anneke van Gool (uitgeverij Malmberg)
  • Marike Verschoor (uitgeverij Zwijsen)
  • Cathe Notten (Volgens Bartjens)
  • Marjolein Kool (Hogeschool Utrecht)
  • Anneke Aartsen, Anneke Noteboom, Kees Hoogland & Marc van Zanten (SLO)

Achtergrond

De werkgroep Wiskunde voor Morgen is een informeel samenwerkingsverband van ontwikkelaars, onderzoekers, opleiders, onderwijsadviseurs en andere experts op het gebied van het reken- en wiskundeonderwijs -van po tot en met hbo - die een antwoord zoeken op de vraag hoe het reken- en wiskundeonderwijs moet worden aangepast om de leerlingen van nu zo goed mogelijk voor te bereiden op de maatschappij van morgen.

Er lijkt een algemene consensus te bestaan dat het onderwijs aandacht moet besteden aan het ontwikkelen van algemene 21st century skills zoals kritisch denken, probleemoplossen, creativiteit, flexibiliteit, communiceren, samenwerken, en omgaan met ICT. Het reken- wiskundeonderwijs kan daar zeker een bijdrage aan leveren. Wanneer we de leerlingen willen voorbereiden op 2032, zullen we echter ook de inhoud van het reken-wiskundeonderwijs moeten aanpassen. Het toenemend gebruik van computers1 en gecomputeriseerde apparaten leidt ertoe dat rekenen en wiskunde een steeds grotere rol spelen in onze maatschappij. De werking van computers is immers gebaseerd op reken-wiskundige bewerkingen en modellen. Tegelijkertijd worden steeds meer reken-wiskundige taken aan apparaten overgelaten, van automa- tische kassa's tot spreadsheets, computeralgebra en volautomatische productielijnen. We zijn in toenemende mate ‘reken-wiskunde consumenten’ geworden. Dit roept de vraag op, wat dit betekent voor de doelen en inhouden van het reken-wiskundeonderwijs. Bij het beantwoorden van deze vraag is het goed ons te realiseren dat er twee kanten zitten aan de rol die computers spelen: ze nemen taken van ons over, maar functioneren ook als uitbreiding van menselijke mogelijkheden. Het ligt voor de hand om het onderwijs vooral te richten op het laatste. Dat leidt tot de keuze om het onderwijs minder te richten op kennis en vaardigheden die nodig zijn voor taken die door computers worden overgenomen en meer tijd en energie te steken in kennis en vaardigheden die complementair zijn aan wat computers kunnen. Concreet betekent het dat we het onderwijs meer moeten richten op kennis en vaardigheden die van belang zijn voor het werken met computers of gecomputeriseerde apparaten.


Aanbevelingen

Reken- en Wiskundeonderwijs voor 2032, een reactie op het “Hoofdlijnadvies: Een voorstel” van het Platform Onderwijs2032. Een reactie op het rapport van Onderwijs 2032

  1. Samengevat beveelt de werkgroep aan om zowel aandacht te besteden aan de rol die het reken-wiskundeonderwijs kan spelen bij persoonsvorming in algemene zin, als aan specifiek op rekenen en wiskunde toegespitste persoonsvorming. Bij dit laatste gaat het om het ontwikkelen van wiskundig zelfvertrouwen, het specifieke karakter van rekenen en wiskunde gaan begrijpen en appreciëren en een wiskundige attitude ontwikkelen.
  2. Samengevat beveelt de werkgroep aan om bij het bepalen van de kern van het reken- en wiskundeonderwijs aandacht te besteden aan reken-wiskundig denken, probleem oplossen, rekenen en wiskunde kunnen toepassen buiten de school en het begrijpen van de in apparaten verborgen reken- en wiskundige bewerkingen. Daarnaast pleit de werkgroep voor een actualisering van de leerstofinhouden.
  3. In dit kader pleit de werkgroep voor een versterking van de natuurlijke samenhangen tussen rekenen, wiskunde en andere vakken in de curricula, met specifieke aandacht voor de rol van taal.
  4. In dit kader merkt de werkgroep op dat de ontwikkeling naar een maatschappij waar apparaten allerlei reken- en wiskundige bewerkingen overnemen leidt tot een verschuiving in het belang van de beheersing van instrumentele vaardigheden naar een verdieping van begrip en inzicht. Zij bepleit een doordenking van de consequenties die deze verschuiving heeft voor de doorgaande leerlijnen van PO naar VO en de daarbij passende doelformuleringen en toetsen.
  5. We stellen daarom voor een taskforce in te stellen, die in kaart brengt welke eisen de maatschappij van de nabije toekomst stelt, hoe deze eisen kunnen worden vertaald in doelen en inhouden voor het reken- en wiskundeonderwijs en hoe deze veranderingen in curricula en examenprogramma’s kunnen worden uitgewerkt.


Verwijzingen

Versies van dit document

Persoonlijke instellingen
GOOGLE