Sleutelcompetentie

Uit Wiki reken-wiskundeonderwijs

Ga naar: navigatie, zoeken

Home   All   A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z   Categorieën               Vragen               Google-zoek               Pagina toevoegen       English       intern

* Key_competence (english)

Inhoud

Algemeen

De Europese Unie is (anno 2007) bezig een raamwerk te ontwikkelen op het gebied van 'sleutelcompetenties'.

Competenties worden gedefinieerd als een combinatie van kennis, vaardigheden en attitudes die in een bepaalde context adequaat zijn.

Sleutelcompetenties zijn die competenties die elk individu nodig heeft voor zijn zelfontplooiing en ontwikkeling, actief burgerschap, sociale integratie en zijn werk.

Het Europees referentiekader kent acht sleutelcompetenties:

  1. Communicatie in de moedertaal;
  2. Communicatie in vreemde talen;
  3. Wiskundige competentie en basiscompetentie op het gebied van exacte wetenschappen en technologie;
  4. Digitale competenties;
  5. Leercompetenties;
  6. Sociale en civieke competenties;
  7. Ontwikkeling van initiatief en ondernemerschap; en
  8. Cultureel bewustzijn en culturele expressie.

Aangezien de mondialisering de Europese Unie voor steeds nieuwe uitdagingen stelt, zal elke burger moeten beschikken over een breed scala van sleutelcompetenties om zich flexibel te kunnen aanpassen aan een snel veranderende wereld waarin alles in hoge mate met elkaar verbonden is.

Aangezien onderwijs een tweeledige functie heeft, sociaal en economisch, speelt het een cruciale rol bij de verwerving van de sleutelcompetenties die de burgers van Europa nodig hebben om zich op een soepele manier aan deze veranderingen aan te passen.

In het bijzonder moet uitgaande van de uiteenlopende individuele vaardigheden aan de behoeften van de lerenden worden tegemoetgekomen door gelijke behandeling en toegang te garanderen voor die groepen die als gevolg van een onderwijsachterstand door persoonlijke, sociale, culturele of economische omstandigheden speciale ondersteuning behoeven om hun onderwijspotentieel te realiseren. Voorbeelden van zulke groepen zijn personen met geringe basisvaardigheden, in het bijzonder wat lezen en schrijven betreft, vroege schoolverlaters, langdurig werklozen en personen die weer aan het werk gaan na een lange periode van afwezigheid, ouderen, migranten en personen met een handicap.

Uitwerking 3: Wiskundige competentie en basiscompetenties op het gebied van exacte wetenschappen en technologie

Definitie

A. Wiskundige competentie is het vermogen wiskundige denkpatronen te ontwikkelen en toe te passen om diverse problemen in dagelijkse situaties op te lossen. Deze competentie is gebaseerd op een degelijke beheersing van rekenvaardigheid, waarbij het accent op procedes en activiteit, alsmede op kennis ligt. Wiskundige competentie houdt - in uiteenlopende mate - het vermogen en de bereidheid in wiskundige denkmethoden (logisch en ruimtelijk denken) toe te passen en wiskundige voorstellingen (formules, modellen, constructies, grafieken/diagrammen) te gebruiken.

B. Competentie op het gebied van exacte wetenschappen is het vermogen en de bereidheid om de kennis en methoden die gebruikt worden om de natuurlijke wereld te verklaren, te gebruiken om problemen te identificeren en gefundeerde conclusies te trekken. Technologische competentie wordt gezien als de toepassing van die kennis en methoden om in vastgestelde menselijke behoeften te voorzien. Beide terreinen van deze competentie impliceren inzicht in de door menselijke activiteit veroorzaakte veranderingen en verantwoordelijkheid als individueel burger.

Essentiele kennis, vaardigheden en attitudes met betrekking tot deze competentie

A. De noodzakelijke kennis van wiskunde omvat een gedegen kennis van getallen, maateenheden en structuren, de basisbewerkingen en wiskundige basisvoorstellingen, begrip van wiskundige termen en begrippen, en van de vragen waarop de wiskunde antwoord kan geven. Men moet over de vaardigheden beschikken om de wiskundige grondbeginselen en procedes in dagelijkse situaties thuis en op het werk toe te passen en argumentatieketens te volgen en te beoordelen. Men moet in staat zijn wiskundig te redeneren, wiskundige bewijzen te begrijpen, wiskundig te communiceren en de juiste hulpmiddelen te gebruiken. Een positieve attitude in de wiskunde is gebaseerd op respect voor de waarheid en de bereidheid naar redenen te zoeken en hun validiteit te beoordelen.

B. Voor exacte wetenschappen en technologie omvat de essentiele kennis de grondbeginselen van de natuurlijke wereld, fundamentele wetenschappelijke begrippen, beginselen en methoden, technologie en technologische producten en procedes, en tevens inzicht in de invloed van wetenschap en technologie op de natuurlijke wereld. Deze competenties moeten de individuen vervolgens in staat stellen een beter inzicht te krijgen in de vorderingen, beperkingen en risico's van wetenschappelijke theorieen, toepassingen en technologie voor de samenleving in het algemeen (met betrekking tot de besluitvorming, waarden, ethische vraagstukken, cultuur, enz.). Tot de vaardigheden behoren het vermogen om technologische instrumenten en machines te gebruiken en te hanteren, alsook wetenschappelijke gegevens om een doel te bereiken of tot gefundeerde besluiten of conclusies te komen. Men moet ook in staat zijn de wezenlijke kenmerken van wetenschappelijk onderzoek te herkennen en de conclusies en daaraan ten grondslag liggende redenering onder woorden te brengen. De competentie omvat een kritische en nieuwsgierige attitude, belangstelling voor ethische vraagstukken en respect voor veiligheid en duurzaamheid - speciaal met betrekking tot de wetenschappelijke en technologische vooruitgang in relatie tot de eigen persoon, het gezin, de gemeenschap en de wereld.

Verwijzingen

Persoonlijke instellingen
GOOGLE