MathMatch

Uit Wiki reken-wiskundeonderwijs

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Algemeen

Het project richt zich op het bijspijkeren van de kernkwalificaties van studenten op het gebied van wiskunde, kortom de 'MathMatch'. Het wiskundeniveau van beginnende studenten in zowel bachelor als master vertoont een steeds grotere variatie. Vaak is het ook niet toereikend voor een vlot studieverloop. Door de bachelor-master transitie en door de inrichting van het studiehuis is deze problematiek de laatste tijd verscherpt. Veel studenten komen hierdoor in de problemen bij het volgen van een technische of natuurwetenschappelijke universitaire opleiding. Dit geldt zowel voor de aansluiting tussen het voortgezet onderwijs en de universitaire bacheloropleiding als voor de aansluiting tussen de hbo-bachelor en de universitaire masteropleidingen. De betrokken opleidingen zoeken via MathMatch naar oplossingen die het mogelijk maken goed in te spelen op deze niveauverschillen.

Om de geconstateerde problemen te verhelpen worden in MathMatch diagnostische toetsen wiskunde en bijbehorende zelfstudiemodules voor studenten ontwikkeld. Op basis van het met de toetsen geconstateerde wiskundeniveau, doorlopen studenten relevante zelfstudiemodules. Ter afsluiting volgt een evaluatie (hertoets) om vast te stellen of de student inmiddels over het vereiste niveau beschikt. MathMatch biedt studenten een grotere flexibliteit qua overstapmogelijkheden en een grotere kans op studiesucces. Hbo-instellingen kunnen met MathMatch de eigen studenten met master-ambities ondersteunen. Universiteiten krijgen met MathMatch de instrumenten waarmee ze de bredere en meer heterogene instroom in zowel bachelor als master op maat kunnen bedienen.

Deelnemers

  • Universiteit van Amsterdam
  • Vrije Universiteit
  • Universiteit Twente
  • Saxion Hogescholen

Afronding MathMatch op 15-2-2007 - Wiskundeaansluiting, probleem opgelost?

februari 2007, verslag Leendert van Gastel, UvA.

Met als aanleiding de afronding van het project MathMatch van de Digitale Universiteit was er op 15-2-2007 een middag op de Universiteit Twente over wiskundeaansluiting met de prikkelende titel 'Aansluiting Wiskunde, probleem opgelost?'.

De openingsvoordracht werd gehouden door Henk Zijm, rector magnificus van de UT. Hij gaf een inzicht in de breedte van de problematiek, die niet alleen de instroom uit het vo betreft, maar ook die uit het hbo. De aansluitproblematiek kan niet los gezien worden van de te lage instroom in de bèta en technische disciplines. Hij signaleerde een aantal achterliggende oorzaken. Bijvoorbeeld noemde hij dat in het wiskundeonderwijs van nu leerlingen geen lol hebben, leerlingen komen niet in het contact met de esthetiek van de wiskunde. De contexten waarin de wiskunde wordt geleerd zo zijn gekunsteld en geven problemen vanwege de taligheid. Terwijl juist de omgang met goede contexten heel belangrijk is bij het leren modelleren. Zijm sprak niet alleen als rector, maar ook als hoogleraar in de wiskunde en vader van schoolgaande jeugd. Met zijn zoons heeft hij de instaptoetsen van de UT gemaakt, en het ging in elk geval hemzelf nog goed af. Deze persoonlijke achtergrond werd door het gehoor gewaardeerd. Het speet hem dat hij er niet de rest van de dag bij kon zijn, en wij geloofden dat.

De tweede voordracht werd gehouden door Stephan van Gils, opleidingsdirecteur Toegepaste Wiskunde UT. Hij hield een kort en puntig betoog, dat begon met de observatie dat bij de vorige grote onderwijsvernieuwing zowel het studiehuis is ingevoerd als de profielenstructuur, waardoor het effect van deze zeer verschillende vernieuwingen niet goed te bepalen is. Vervolgens poneerde Van Gils een aantal stellingen ter verbetering van het wiskundeonderwijs, waar hij een korte toelichting op gaf. Het ging om het afschaffen van grafische rekenmachine en formulekaart, het afschaffen van realistische wiskunde, het benutten van toetsmiddelen, het structureel inzetten van vo-leraren bij het begin van de studie, het belang van het opleiden van goede leraren en het belang van duidelijkheid naar studenten toe. De spreker was zo bondig, dat er ruime tijd overbleef voor een geëngageerde discussie met de zaal over de stellingen, die soepel door de dagvoorzitter, Cees Terlouw, geleid werd.

Koos Winnips, projectleider MathMatch, gaf een presentatie van het MathMatch-project. In het project MathMatch is een digitale variant van de oefenopgaven van het boek 'Basisboek wiskunde' van J. van de Craats en R. Bosch. Dit boek is gericht op oefenen: de linkerbladzijden zijn steeds oefenopgaven bij een onderwerp, de rechterbladzijde biedt een beknopte uitleg van het onderwerp. De oefenopgaven in MathMatch zijn gemaakt in de wiskundige toetsomgeving Maple TA. Hierbij is gebruik gemaakt van de mogelijkheid om vragen te parametriseren, dat wil zeggen dat er niet één enkel toetsitem gemaakt wordt, maar door de getallen, coëfficiënten, exponenten, functies en operaties te variëren er per opgave feitelijk 10 tot 1000 toetsitems ontwikkeld worden. Dus 'dezelfde' opgave kan vaker aangeboden worden, en is voor de gebruiker toch steeds nieuw. Juist voor opfris/bijspijkeronderwijs waarin oefening als belangrijk wordt gezien is de combinatie van het Basisboek Wiskunde en MathMatch geschikt. Koos Winnips vertelde over de pilots met tientallen tot honderden studenten. MathMatch gebruikt een community-model: je mag het gebruiken als je ook iets nuttigs aanbrengt.

Peter Fest, die vanuit de Digitale Universiteit het MathMatch project begeleid heeft, bracht op een heel andere manier dan gebruikelijk een perspectief op hoe de partijen in het veld bezig zijn. In sprookjesvorm met prachtige beelden gaf hij een overzicht over de problematiek, de spelers en hun acties. Door deze allegorische vorm kon hij andere aspecten aansnijden, en een andere lading aan zijn voordracht geven. Zie http://www.fstms.nl/actueel/actueel.html

Verder in de middag waren er parallelsessies. Ondergetekende heeft een voordracht van Frits Spijkers over Mathadore bijgewoond. Mathatdore is een boeiende ontwikkeling waarbij on-the-fly een digitaal boek wordt samengesteld op basis van de wensen van de gebruiker. Vervolgens was ik bij een presentatie door E. Kappert, student-assistent bij de UT, over het gebruik van Maple TA voor diagnostische toetsen. Hij liet overtuigend zien dat een studentassistent bij een enthousiaste docent tot een effectieve inzet van deze technologie in het onderwijs kan komen.

In de afsluitende voordracht heeft Jan van de Craats verteld over de gang van zaken rondom de vernieuwingscommissie en de resonansgroep. Ook ging hij in op de zienswijze van de resonansgroep op de rol van contexten in het wiskundeonderwijs. De resonansgroep is voor contexten, maar niet ten allen tijde. De resonansgroep heeft dit uitgewerkt in een aantal criteria voor het gebruik van contexten. Als voorzitter van de resonansgroep verheugde het Jan van de Craats dat belangrijke voorstellen van deze groep zijn overgenomen door de vernieuwingscommissie voor wat wiskunde B betreft. Echter voor wiskunde A zijn deze voorstellen niet overgenomen. In het vervolg van de lezing werd een aantal sommen uit het wiskunde A eindexamen gefileerd en op wiskundige inhoud geanalyseerd. Met name de correctiemodellen riepen enige verbazing in de zaal op, zeker in contrast met de verwachtingen die de economische en bedrijfskundige universitaire opleidingen geformuleerd hebben ten aanzien van de algebraische vaardigheden van instromende studenten.

Verwijzingen

Persoonlijke instellingen
GOOGLE