Johan Wansink

Uit Wiki reken-wiskundeonderwijs

Ga naar: navigatie, zoeken

Home   All   A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z   Categorieën               Vragen               Google-zoek               Pagina toevoegen       English       intern


Inhoud

Algemeen

  • 1892-1985

Johan Wansink kwam uit een Gelderse onderwijzersfamilie. Na de kweekschool behaalde hij een groot aantal LO-aktes, en de aktes K-I en K-V voor wiskunde. Op grond van zijn uitstekende resultaten voor de akte K-V kreeg hij in 1924 toestemming - hij had geen HBS of gymnasium diploma - voor een academische studie in de wiskunde, die hij in 1931 met een promotie bekroonde. Na een periode van enkele jaren als onderwijzer op MULO-scholen was Wansink vele jaren leraar wiskunde en later directeur van een HBS in Arnhem.

Achtergrond

Wansink schreef een aantal schoolboeken voor het VHMO en bijna honderd artikelen voor Euclides, deels op het terrein van de schoolwiskunde, deels op didactisch gebied. Na de oorlog speelde Wansink een belangrijke rol in het verenigingsleven van de Nederlandse wiskundeleraren. Hij werd in 1949 bestuurslid en later, tot 1961, voorzitter van Wimecos, de vereniging van leraren in de wiskunde, mechanica en cosmografie aan de HBS, een van de voorlopers van de NVvW. Van 1956 tot 1968 was hij hoofdredacteur van Euclides. Hij was voorzitters van de Wimecos-commissie, die in 1958 de eerste, nog voorzichtige modernisering van het HBS-programma realiseerde.

Naast zijn organisatorische activiteiten heeft Wansink ook belangrijk didactisch pionierswerk verricht. Hij was de eerste vakdidacticus aan de TU Delft en bij een aantal MO-opleidingen. Dit werk vormde de basis voor wat wel zijn belangrijkste publicatie is : de driedelige Didactische Oriëntatie, sinds Versluys’ Methoden bij het onderwijs in de wiskunde de eerste grootschalige publicatie in boekvorm voor leraren op het gebied van de didactiek van de wiskunde. Het werk verscheen eest in twee delen, later werd het aangevuld met een derde deel met in hoofdzaak bijdragen van andere auteurs. De Didactische Oriëntatie biedt precies wat de titel belooft; het geeft geen eigen didactisch systeem maar geeft, in de al te bescheiden woorden van Wansink zelf, “een eerste confrontatie met de didactische problemen die voor het wiskundeonderwijs van vandaag en morgen van betekenis zijn”. Wansink was ook een groot kenner van het geschiedenis van het wiskundeonderwijs, na zijn pensionering heeft hij op dit terrein een aantal belangrijke artikelen gepubliceerd.

Wansink was typisch een man van het midden, een bruggenbouwer tussen verschillende standpunten. Hij bleef, ook weer in zijn eigen woorden, “een tussenweg volgen tussen de idealen van didactici als mevrouw Ehrenfest en het conservatisme”. Behalve door zijn publicaties is Wansink ook door het vervullen van die rol van grote betekenis voor de ontwikkeling van het Nederlandse Wiskundeonderwijs geweest.

Verwijzingen

  • F. Goffree, Ik was wiskundeleraar, Enschede 1985
  • Korte levensbeschrijving in Honderd jaar wiskundeonderwijs Leusden 2000

Versies van dit document

Persoonlijke instellingen
GOOGLE