Hoogbegaafdheid

Uit Wiki reken-wiskundeonderwijs

Ga naar: navigatie, zoeken

Home   All   A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z   Categorieën               Vragen               Google-zoek               Pagina toevoegen       English       intern

* intern

Inhoud

Vooraf

In de jaren zeventig en tachtig van de 20ste eeuw was er veel belangstelling voor kinderen die in het onderwijs dreigden achter te blijven. Dat waren onder meer de kinderen van laaggeschoolde ouders. Het onderwijsideaal van 'gelijke kansen' stond destijds zo hoog in het vaandel dat alleen de achterblijvers extra aandacht kregen, terwijl van de 'voorlopers' steeds werd gedacht dat die er toch wel kwamen.

Totdat halverwege de jaren tachtig werd gewezen op gevallen van begaafde leerlingen die in de problemen waren geraakt, omdat ze geen uitdaging in het onderwijs ervoeren, zich verveelden en gingen onderpresteren. In de jaren negentig 'mocht' begaafdheid weer, het thema werd serieus genomen, vooral vanuit het idee dat elk kind in het onderwijs zijn talenten mag ontwikkelen. Dat is goed voor het individuele kind maar ook voor de samenleving die verspilling van talent (op allerlei gebied zoals kunst, wetenschap, techniek en sport) niet toestaat.

Wanneer is er sprake van (hoog)begaafdheid?

Een standaard intelligentietest is nog steeds een beproefd middel om een indicatie van intelligentie te verkrijgen. Het is weliswaar niet helemaal een bevredigend middel om de intelligentie vast te stellen (belangrijke persoonlijkheidskenmerken blijven immers ten onrechte buiten beschouwing), maar wel geaccepteerd als het beste dat we momenteel hebben.

Slechts een gering percentage van de hele populatie en dus van de schoolbevolking is begaafd. Op een basisschool met 400 leerlingen komen gemiddeld zo'n 8 à 10 begaafde leerlingen voor. Onderzoekers zijn het er wel over eens dat ongeveer 2% van de basisschoolleerlingen begaafd is. Dat lijkt weinig, maar komt toch neer op ruim 30.000 leerlingen.

Is intelligentie hetzelfde als begaafd?

Dat is niet hetzelfde. Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen potentiële intelligentie en gerealiseerde intelligentie. De potentiële intelligentie is het geheel aan mogelijkheden dat een kind bij zijn geboorte meekrijgt. Dat potentieel verschilt tussen leerlingen. De gerealiseerde intelligentie is te zien als de mate waarin het potentieel (door opvoeding, onderwijs en eigen inzet) tot ontwikkeling heeft kunnen komen en dus is uitgegroeid tot begaafdheid. Een in potentie zeer intelligent kind zal niet begaafd worden als er veel belemmerende factoren zijn.

Eigenschappen nodig voor begaafdheid

In het algemeen wordt aangenomen dat de volgende eigenschappen bijdragen aan de ontwikkeling van begaafdheid.

  • hoge (potentiële) intelligentie
  • sterke exploratiedrang en nieuwsgierigheid
  • persoonlijkheidskenmerken (doorzettingsvermogen, competitief zijn, tegen frustratie kunnen, etcetera)
  • een snel groeiend, coherent kennisbestand
  • metacognitieve vaardigheden

Daarnaast is er nog een aantal specifieke cognitieve vaardigheden (die trouwens van groot belang zijn voor het leren van rekenen-wiskunde) waaraan men de begaafde leerling kan herkennen. Om er enkele te noemen:

  • ze durven risico's te nemen
  • ze hebben zelfvertrouwen
  • ze reflecteren op hoog niveau (ze weten niet alleen wat ze doen maar ook waaróm)
  • ze hebben brede interesse
  • ze maken onverwachte denksprongen (lateraal denken genoemd)
  • hun denkwegen verlopen niet routinematig maar divergent (ze nemen sprongen in het duister)
  • ze zijn flexibel in het oplossen van problemen, ze doen dat graag en geven niet op

Deze cognitieve eigenschappen zijn een grote stimulans bij de ontwikkeling van het mathematisch denken.

Een ander belangrijk kenmerk van begaafdheid is dat de leerling op vele (of meerdere) gebieden uitzonderlijk hoog presteert. Niet alleen op gebied van taal of wiskunde, maar bijvoorbeeld ook in de sport, muziek en kunst verdienen ze hun sporen, net zo goed als in de sociale omgang. In de praktijk zien we dat op den duur meestal specialisatie optreedt en de tijd te kort is om op alle gebieden uitzonderlijk te blijven presteren.

Begaafdheid in het basisonderwijs

Het spreekt vanzelf dat begaafde kinderen in het onderwijs extra uitgedaagd moeten worden. Dat kan op een aantal manieren, namelijk door versnellen, verrijken en compacten. Begaafde leerlingen leren vlotter en met meer gemak en dat betekent dat ze sneller dan de groep de reguliere leerstof verwerken. Leeractiviteiten die voor de groep nodig zijn (zoals herhalen, oefenen van vaardigheden) kunnen door deze leerlingen worden overgeslagen. Met andere woorden, de leerstof kan ingedikt (gecompact) worden en dat kan gebeuren volgens bepaalde principes. Deze principes zijn beschreven en toegelicht in een publicatie van Nelissen & Span (1999). Onlangs heeft het SLO dezelfde principes uitgewerkt om verschillende reken-wiskundemethoden te kunnen compacten (Janson & Noteboom, 2004).

Compacten leidt tot versnellen en door versnelling komt er tijd vrij om de leerervaringen te verrijken. Die verrijking bestaat uit materialen die speciaal voor begaafde leerlingen zijn ontworpen. Als voorbeeld kan genoemd worden het Bolleboos-materiaal dat door een groep wiskundigen en psychologen is ontwikkeld en dat bestaat uit projecten en uit een serie probleemopgaven, breinbrekers (Uitgeverij Samsom, Alphen a/d Rijn). Het gaat dus niet simpelweg om moeilijke leerstof uit hogere leerjaren of lastige wiskunde uit het vo. Het gaat om reflectie en discussie oproepend interessant materiaal dat een aantal centrale vragen bevat (voor een overzicht en voor een verslag van praktijkervaringen zie Nelissen en Span).

Tot slot

We zijn niet op alle thema's die te maken hebben met begaafdheid ingegaan. Zo is er geen aandacht besteed aan onderpresteerders, aan problemen die begaafden in de huiselijke sfeer kunnen ondervinden, over de positie van begaafde leerlingen in de groep etcetera. Er is ook nog wel meer te zeggen over de signalering van begaafde leerlingen in verband met de didactische aanpak. Zo kan een leraar een begaafd kind een toets voorleggen (bijvoorbeeld uit de methode of van het Cito), vóórdat een nieuwe leerlijn (bijvoorbeeld breuken) aan de orde komt. Op die manier kan nagegaan worden over welke inzichten op een bepaald gebied een leerling al beschikt en wat het nog zou moeten leren.

Verwijzingen

Rekentijger is een serie aantrekkelijke werkboekjes voor de betere en snellere rekenaars in het basisonderwijs.
  • Sikkepit
  • Stichting Plato. Landelijk informatiecentrum hoogbegaafdheid. 0174 - 29 47 10, info.plato@caiw.nl
  • Wikipedia. Overzichtspagina, Encyclopedie-pagina van Wikipedia

Versies van dit document

Persoonlijke instellingen
GOOGLE