Als je begrijpt wat ik bedoel

Uit Wiki reken-wiskundeonderwijs

Ga naar: navigatie, zoeken

Home   All   A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z   Categorieën               Vragen               Google-zoek               Pagina toevoegen       English       intern

* intern

Inhoud

Algemeen

  • Proefschrift uit 2003:

Boer, C. J. E. M. v. d. (2003). Als je begrijpt wat ik bedoel; een zoektocht naar verklaringen voor achterblijvende prestaties van allochtone leerlingen in het wiskundeonderwijs. Utrecht: CD-bèta Press.

Inleiding

De leerresultaten van allochtone leerlingen blijven achter bij die van hun leeftijdgenoten: de allochtone leerlingen beginnen in het basisonderwijs met een achterstand, die ze gedurende hun schoolloopbaan niet meer wegwerken. Uit cohortonderzoeken van mavo-leerlingen blijkt bovendien dat allochtone leerlingen minder exacte vakken in hun pakket kiezen. Dit klemt des te meer daar de exacte vakken, en wiskunde in het bijzonder, veelal een selectiecriterium zijn voor de vervolgopleidingen. In het promotieonderzoek is de auteur op zoek gegaan naar een antwoord op de vraag wat de verklaringen kunnen zijn voor deze achterblijvende prestaties van allochtone leerlingen bij het vak wiskunde. Het onderzoek richt zich op de basisvorming omdat in deze fase wiskundige begrippen worden verkend die een fundament vormen voor de verdere wiskundige loopbaan. Daarbij heeft zij de groep van allochtone leerlingen beperkt tot die groepen leerlingen waarvan beide ouders of in Marokko, of in Turkije, of in Suriname, de Antillen of Aruba zijn geboren.

Onderzoeksmethodologie

In zijn algemeenheid kan het onderzoek worden samengevat als een poging om erachter te komen wat de mechanismen zijn die maken dat specifieke kenmerken van allochtone leerlingen, leiden tot verschillen in onderwijsresultaten bij het vak wiskunde tussen allochtone en autochtone leerlingen. De vraag 'Hoe komt dat' staat in het perspectief van 'Wat kun je er aan doen?'. Het onderzoek dat vervolgens is uitgevoerd kan getypeerd worden als exploratief onderzoek. Dat heeft tot gevolg dat gedurende het onderzoek, onderzoeksvragen op grond van bevindingen zijn bijgesteld danwel toegevoegd. Dat bepaalde op zijn beurt weer de keuze voor de verdere gegevensverzameling. Tijdens het onderzoek zijn observaties uitgevoerd van klassikale lessen en zijn allochtone leerlingen die alleen of in kleine groepjes aan het werk zijn, geïnterviewd over hun aanpak. Daarnaast zijn allochtone en autochtone leerlingen door middel van een schriftelijke vragenlijst bevraagd over de moeilijkheden die zij bij het vak wiskunde ondervinden en hoe zij daarmee omgaan. Tenslotte is schriftelijk leerlingenwerk geanalyseerd.

Belangrijkste bevindingen

De kwalitatieve analyses die tijdens het onderzoek zijn uitgevoerd van het leergedrag van de allochtone leerlingen en van het onderwijsgedrag van de docent, hebben geleidelijk aan zicht gegeven op mechanismen die de onderwijsachterstand van allochtone leerlingen mede verklaren. Dit heeft geleid tot de formulering van de volgende drie punten, die duidelijk maken welke mechanismen in de klas spelen, en die zo gezamenlijk een verklaring vormen voor de achterblijvend prestaties van allochtone leerlingen.

1. Allochtone leerlingen gaan ervan uit dat tekstproblemen niet belangrijk zijn. Het belangrijkste doel voor de leerlingen is het vinden van een antwoord op een som. Zij ontwikkelen daarom strategieën om zich niet te bekommeren om onbekende tekst. Het feit dat ook de docenten de neiging hebben om contextopgaven snel te decontextualiseren tot het wiskundesommetje dat erin verstopt zit, versterkt deze strategie van de leerlingen.

2. Allochtone leerlingen voelen zich niet gestimuleerd tot het stellen van vragen en indien zij wel vragen stellen, voelen zij zich niet gestimuleerd om deze vragen te verhelderen. Veelal neemt de docent de rol van uitlegger op zich, en de allochtone leerlingen nemen een volgende rol aan. Bovendien hebben de allochtone leerlingen strategieën om om te gaan met onbekende woorden in de tekst (negeren, nog eens lezen, gokken, afleiden uit de context). Wanneer de allochtone leerlingen het gevoel hebben dat zij uiteindelijk tot het juiste antwoord kunnen komen, zullen zij geen vragen stellen.

3. Moeilijkheden van allochtone leerlingen blijven onzichtbaar. Zoals hiervoor is gezegd voelen de allochtone leerlingen zich niet gestimuleerd tot het stellen van vragen. De docent verwacht echter dat de leerlingen vragen zullen stellen wanneer iets onduidelijk is. Geen vragen, heeft dus tot gevolg dat er verder geen aandacht aan wordt besteed. De allochtone leerlingen formuleren over het algemeen in korte, of slechts halve zinnen. De docenten vertonen vervolgens accomodatiegedrag naar hun allochtone leerlingen. De leerlingen worden niet gestimuleerd om precies te formuleren wat ze bedoelen. Daarbij worden de allochtone leerlingen enerzijds beperkt om zelf actief de wiskundetaal te ontwikkelen, anderzijds is er het gevaar dat de allochtone leerling iets anders bedoelt dan wat de docent 'hoort'. Tenslotte blijken allochtone leerlingen weinig op te schrijven. Zeker probeersels laten ze meer dan autochtone leerlingen achterwege. Dit alles leidt ertoe dat moeilijkheden van allochtone leerlingen niet aan het licht komen.

Besluit

Deze studie bevestigt het beeld dat het bij het achterblijven van wiskundeprestaties van allochtone leerlingen in de kern om een taalprobleem gaat. De oplossing ligt echter niet in de richting van remediërende taalactiviteiten die ervoor moeten gaan zorgen dat allochtone leerlingen onbekende woorden leren. Het probleem ligt dieper dan het niet kennen van bepaalde begrippen, het echte probleem is dat docenten en allochtone leerlingen zich niet realiseren dat taalproblemen en leerstrategieën van allochtone leerlingen een barrière vormen voor het leren van wiskunde. In het Nederlandse wiskundeonderwijs immers, staat het leren via probleem oplossen, redeneren en reflecteren centraal. Wanneer allochtone leerlingen zich in de wiskundelessen passief opstellen en zich vanwege hun gebrek aan taalvaardigheid richten op de berekeningen en de antwoorden, leren ze weinig van hun eigen wiskundige activiteiten en beperkt het leren zich tot instrumenteel begrijpen. Daarom moeten didactische interventies primair tot doel hebben docenten en allochtone leerlingen hiervan bewust te maken, en hen te helpen dit gedrag te veranderen.

Verwijzingen

  • Boer, C. J. E. M. v. d. (2003). Als je begrijpt wat ik bedoel; een zoektocht naar verklaringen voor achterblijvende prestaties van allochtone leerlingen in het wiskundeonderwijs. Utrecht: CD-bèta Press.

Versies van dit document

Persoonlijke instellingen
GOOGLE