21ste eeuwse vaardigheden en WDA's

Uit Wiki reken-wiskundeonderwijs

Ga naar: navigatie, zoeken

Home   All   A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z   Categorieën               Vragen               Google-zoek               Pagina toevoegen       English       intern


Inhoud

Algemeen

21ste eeuwse vaardigheden

We onderscheiden de volgende dimensies in de 21ste eeuwse vaardigheden:

Creativiteit (en kritisch denken)

Het vermogen om nieuwe ideeën, benaderingen, oplossingsstrategieën en inzichten buiten de gebaande paden te creëren en te optimaliseren

Probleemoplossen

Het (h)erkennen dat problemen bestaan en tot een plan van actie kunnen komen om deze op te lossen

Communiceren en samenwerken

Leren is ook een sociale activiteit, waarbij interactie (docent-leerling, leerling-leerling) een belangrijke rol speelt

ICT-geletterdheid

Vaardigheden voor het effectief en efficiënt gebruik van technologie en informatie

Zelfregulering

Verantwoordelijkheid nemen voor het eigen handelen (ondernemerschap)

Achtergrond

Twee gangbare invalshoeken w.b. de doelen van wiskundeonderwijs zijn:

  • basisvaardigheden (lagere orde vaardigheden)
  • onderzoekend leren & zelf denken (hogere orde vaardigheden)

Het wiskundeonderwijs in het VO in Nederland kent sinds de invoering van het vak wiskunde A in 1985 naast vakinhoudelijke doelen ook meer algemene doelen. Van Streun (2014) karakteriseert de doelen van het Nederlandse wiskunde onderwijs met de volgende steekwoorden

  • Weten dat: kennis van feiten en begrippen, reproduceren, technieken beheersen.
  • Weten hoe: probleemaanpak, toepassen, onderzoeksvaardigheden.
  • Weten waarom: principes, abstracties, rijke schema’s, argumenteren, overzicht.
  • Weten over weten: reflecteren, monitoren, kennis over je eigen weten en aanpak.
  • Houding: wiskunde leren is leuk, interessant, groei in kennis geeft voldoening, ik kan het.

In de examenprogramma’s zijn deze meer algemene doelen opgenomen in het domein Vaardigheden. In de examenprogramma’s wiskunde vwo van 2014 worden binnen dit domein de volgende type vaardigeheden onderscheiden:

  • A1. Informatievaardigheden
  • A2. Onderzoeksvaardigheden
  • A3. Technisch-instrumentele vaardigheden
  • A4. Orientatie op studie en beroep
  • A5. Algebraische vaardigheden

Zo bezien wordt er in het Nederlandse wiskundeonderwijs al ruim 25 jaar aandacht besteed aan vaardigheden die sterk lijken op de 21ste eeuwse vaardigheden. Met name A1, A2 en A3.


De praktijk is echter anders dan de doelen doen vermoeden. Wiskundeonderwijs kenmerkt zich in de praktijk vaak door het maken van sommen uit het boek. De opgaven in de schoolboeken zijn sterk voorgestructureerd en laten weinig ruimte voor het kiezen van een eigen aanpak, laat staan voor probleem oplossen, creativiteit en dergelijke.

De laatste jaren is er – ook wereldwijd- een trend om meer en meer nadruk te leggen op ‘basis skills’ . Een voorbeeld daarvan zijn de algemene vaardigehden zoals genoemd onder A3 en A5. Deze trend heeft onder andere geleid tot het formuleren van vakinhoudelijke kennisbases voor de pabo en de tweegraadslerarenopleidingen en tot de roep om de rekenmachine weer uit het onderwijs te weren Toch ontstaat, op het hoogtepunt van deze beweging, nu ook weer de behoefte aan meer aandacht voor zogenaamde denkvaardigheden.

In 2013 vond in Stockholm de conferentie Mathematics Education for the 21st Century plaats. Een bijeenkomst die werd gesponsord door gerenommeerde instellingen als de Bill and Melinda Gates Foundation en de OECD. De centrale vraag was: what should students learn in the 21st Century?

Volgens Gravemeijer (2013) die de hoofdpunten uit deze conferentie samenvatte, zijn we er niet met alleen meer nadruk op andere vaardigheden. Er is een herbezinning nodig op doelen en inhouden. Wiskundig leren denken zou een belangrijk doel moeten zijn van het wiskundeonderwijs voor de 21e eeuw. Het wiskundig rekenen is daarin minder belangrijk – dat kan overgenomen worden door computers. Gravemeijer verwijst naar Conrad Wolfram (ref?) die stelt dat het bedrijven van wiskunde (in de echte wereld) bestaat uit:

  1. het stellen van de juiste vragen
  2. het vertalen van het probleem in een wiskundige formulering
  3. het uitvoeren van de wiskundige bewerking
  4. het terugvertalen van de uitkomst en beoordelen wat de praktische betekenis van het antwoord is.

Het wiskundeoderwijs richt zich vooral op stap 3: het uitvoeren van wiskundige bewerkingen. Terwijl de andere stappen – die betrekking hebben op probleemoplossen, creativiteit, kritisch denken en communiceren - juist van belang zijn voor de 21e eeuw.

Wiskundige denkactiviteit

De commissie toekomst wiskunde-onderwijs (Ctwo) formuleert in haar rapport Rijk aan betekenis (Ctwo, 2007) een toekomstvisie op vernieuwd wiskundeonderwijs. Zij bepleit daarin aandacht voor wiskundige denkactiviteiten zowel in de curricula als in de examens. De slo beschrijft hoe dit idee is uitwerkt in de nieuwe examemprogramma’s per 2015. De zes denkactiviteiten die genoemd worden zijn:

  • Modelleren en algebraiseren
  • Ordenen en structureren
  • Analystisch denken en probleem oplossen
  • Formules manipuleren
  • Abstraheren
  • Logisch redeneren en bewijzen

Hoewel er in geen van deze rapporten expliciet wordt verwezen naar de 21e eeuwse vaardigheden gaat het duidelijk over de wiskunde voor de toekomst en herkennen we in de visie de aandacht voor probleemoplossen, kritisch denken en creativiteit.

Onderzoek voorjaar 2015

Een van de vragen is in welke mate (toekomstige) docenten op de hoogte zijn van deze vernieuwingen: kennen zij de termen 21e eeuwse vaardigheden en wiskundige denkactiviteiten; weten zij wat deze inhouden en zien zij het belang van deze vaardigheden voor hun onderwijspraktijk nu en in de toekomst?

Om hier antwoord op te krijgen is aan 11 wiskundedocenten in opleiding een vragenlijst voorgelegd. Daarnaast is hen gevraagd op te schrijven hoe ze zich het wiskunde-onderwijs in 2032 voorstellen.

De resultaten laten zien dat alle studenten de term 21e eeuwse vaardigheden kennen, waarbij 7 van de 11 (ca. 60 %) aangeven er meer van te weten. Bij wiskundige denkactiviteiten kennen 10 van de 11 de term, en 9 daarvan weten er meer van. Dat is zoals verwacht, omdat deze laatste term voorkomt in de nieuwe eexamenprogramma’s en de vakdidactiek wiskunde.

De studenten is ook gevraagd (open vraag) een aantal vaardigheden voor de 21e eeuw te noemen waarvan zij het belangrijk vinden om er in het onderwijs aandacht aan te besteden. Dit levert na clustering de volgende lijst :

Vakinhoud wiskunde

Vectormeetkunde, logica/logisch redeneren (3), algebraische vaardigheden, Data mining (statistiek), Sociografische processen interpreteren

Gebruik van wiskunde

modelleervaardigheden, toepassingen in de echte wereld

Onderzoek en probleemoplossen

Denkvaardigheden

Onderzoeken, kunnen kiezen wat je wil onderzoeken, zelf problemen oplossen, omgaan met onderzoeksproblemen en resultaten.

Eigen denken bevorderen , Reflecteren

ICT-geletterdheid

ict vaardigheden/gebruiken (4), googlen

Communiceren en samenwerken

samenwerken (3), communiceren, feedback geven, zelfstandigheid

Sociale en culturele vaardigheden

voorbereiden op divers werk (carrieres), ondernemen, ‘Global perspective’ bieden (oa meerdere talen)

De vetgedrukte koppen zijn 21ste eeuwse vaardigheden.  

Verwijzingen


Versies van dit document

Persoonlijke instellingen
GOOGLE