| | Terug | | Over de minor rekenen 10-14 |
|
Problematiek
De kwaliteit van het rekenonderwijs, de rekenvaardigheid van de leerlingen en de aanpak van problemen zijn al jaren onderwerp van stevige discussies.
De oorzaken van problemen met rekenvaardigheid zijn divers. Na de afname van de Cito-toets en in het vo wordt er niet meer voldoende geoefend en bij vrijwel al het rekenwerk in het vo wordt de
rekenmachine gebruikt. Last but not least: in het po is men niet op de hoogte wat er in het vo gebeurt en andersom.
Prioriteit
De Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen heeft in 2008 de minister geadviseerd prioriteit te geven aan basiskennis en basisvaardigheden voor taal en
rekenen (dat betekent bijvoorbeeld inoefenen en onderhouden) en te investeren in voorwaarden om niveauverhoging te bereiken. De minor speelt hierop in.
|
Doel
De minor rekenen-wiskunde 10-14 draagt bij aan een vloeiende overgang rekenen-wiskunde van het primair onderwijs (po) naar het voortgezet onderwijs (vo).
Hij is bedoeld om binnen po en vo rekenexperts op te leiden die een helder schoolbeleid ten aanzien van deze problematiek kunnen vormgeven.
Onderdelen
De minor bestaat uit drie onderdelen:
|
Voor wie?
De minor is geschikt voor wiskundestudenten aan de tweedegraads lerarenopleidingen en bovenbouwspecialisten van de pabo. Voor po- en vo-docenten die zich willen professionaliseren tot rekenexpert van hun school bieden we een cursus tot reken-wiskunde expert voor leerlingen van 10-14.
Ontwikkeling
|