Voorbereiding

Aan de eerste drie onderdelen van de practicumhandleiding bij een experiment – de inleiding, meetopstelling en onderzoeksvragen en werkplan – werk je op school en/of thuis. De resultaten van dit werk hou je bij in een logboek. Daardoor kun je goed voorbereid aan het vierde en vijfde onderdeel – de meetmethode en het experimenteel onderzoek – beginnen. Die onderdelen voer je uit in een practicumzaal van het Minnaert­gebouw van de Universiteit Utrecht. Ook de meet­resultaten komen weer in het logboek te staan. Deze meetresultaten kunnen – als er voldoende tijd over is – tijdens het practicum worden verwerkt in het logboek. Maar dat kan ook op school en/of thuis gebeuren. Hetzelfde geldt voor het werk aan het zesde onderdeel – de theorie – van de practicumhandleiding.

Meten met de computer

Bij een deel van de meetopstellingen wordt gemeten met de computer. De meetresultaten zijn dan op een usb-geheugenstick op te slaan. Maar die moet je dan wel zelf meenemen naar het practicum. Het opslaan van meetresultaten heeft overigens alleen zin als je op school of thuis beschikt over het gebruikte computerprogramma voor meten en verwerken. Als dat niet het geval is, kun je wel een actueel schermbeeld (via printscreen en plakken) in bijvoorbeeld een worddocument opnemen.

Rapportage

Het logboek gebruik je ten slotte bij het voorbereiden van de rapportage over je onderzoek in de vorm van een schriftelijk verslag of een mondelinge presentatie. Ook dat doe je weer op school en/of thuis.

Zowel bij de voorbereiding als bij de uitvoering van een experiment krijg je begeleiding van je eigen natuurkundedocent. Die docent beoordeelt of je voorbereiding voldoende is, en of je (dus) aan de uitvoering van het experiment kunt beginnen. Die docent beoordeelt ook of je rapportage over het onderzoek voldoende is.